Planeten Liegen Niet

Een zoektocht naar liefde, tolerantie en een moordenaar in Toledo anno domini 1085 

Door Paul A. Kolster​

Boekbeschrijving:

Het Spaanse Toledo was in de elfde eeuw een multiculturele smeltkroes zoals Amsterdam en New York dat vandaag de dag zijn. Christenen en joden leefden er eeuwenlang vreedzaam onder islamitisch gezag, zolang ze hun belastingen maar betaalden.

Dan verovert de christelijke koning Alfonso VI het stadje en al gauw barst er een godsdienststrijd los. Een monnik wordt vermoord, een relikwie gestolen....Luitenant Sísnando Davídez, pastoor Manolo, koningin Constanza en aartsbisschop-elect Bernardo vragen de beroemde astronoom Azarquiel, die toevallig in Toledo is, de moordenaar te ontmaskeren. Met tegenzin stemt hij hiermee in. Al gauw komt hij er achter dat de waarheid verscholen gaat achter een web van leugens en intriges.

‘Planeten liegen niet’ vermaakt en maakt je wijzer over de sociale en religieuze ontwikkelingen in het Spanje van de elfde eeuw. Ontwikkelingen die opmerkelijke overeenkomsten en verschillen tonen met de actualiteit.

Auteur Paul A. Kolster is hispanist en heeft een brede kennis van de geschiedenis en de religieuze ontwikkelingen in de middeleeuwen, met name in Spanje. ​

Recensie Tijdschrift Espanje:

Recensie NBD Biblion: 

Recensie Haarlems Dagblad:

'Constanza was een eigenzinnige dame'

HAARLEM - De plotselinge moord op een monnik verstoort de broze vrede tussen christenen, joden en moslims in het Spaanse Toledo rond 1085.

Haarlems Dagblad. Door Margot Klompmaker   3-9-2015

'Planeten liegen niet': boek over tolerantie in middeleeuws Spanje

Maar de lont in het kruitvat wordt pas goed aangestoken door de eigenzinnige koningin Constanza die van de grote moskee in de stad een katholieke kerk maakt. Daarmee schopt ze de moslims hard tegen de schenen. En als dan ook nog een belangrijk relikwie wordt gestolen….

Ziehier de ingrediënten van de roman van Haarlemmer Paul Kolster. Geen gortdroog historisch verhaal, maar een waargebeurde geschiedenis, verteld als een spannende whodunnit.

’Planeten liegen niet’ wordt aanstaande zondag gepresenteerd met een lezing over de tijd, de elfde eeuw, waarin het verhaal speelt. Die periode is namelijk heel interessant, vindt Kolster. Dat is overigens niet zijn ware naam, maar de Haarlemmer hanteert Paul Kolster als schrijversnaam om zijn werk als ambtenaar en zijn hobby gescheiden te houden. ,,Schrijven onder een andere naam maakt dat ik me vrijer voel.’’

Vreedzaam

In het Zuid-Spanje van de elfde eeuw leefden christenen, joden en moslims vreedzaam samen ondanks de grote culturele en religieuze verschillen. ,,Die verdraagzaamheid was op een gegeven moment afgelopen. Het waarom fascineerde me.’’

Kolster is afgestudeerd in de Spaanse taal- en letterkunde. ,,Daar had ik verder nooit iets mee gedaan. Ik ben gaan werken bij de overheid. Maar tien jaar geleden begon het te kriebelen en ben ik me gaan verdiepen in de Spaanse middeleeuwen.’’

Het viel Kolster op dat er veel parallellen zijn met de huidige tijd. ,,Het gebrek aan tolerantie tussen religies, de voorkeur voor gewelddadige oplossingen in plaats van diplomatieke, en het gebruik van religieuze argumenten om machtsvraagstukken op te lossen.’’

Maar: in Spanje is het een hele tijd wel goed gegaan. Hoe zat dat en wat ging er mis?

Relikwie

,,De moslims waren in de elfde eeuw de baas in Zuid-Spanje, maar stonden tolerant tegenover andersdenkenden’’, vertelt Kolster. ,,Joden en christenen konden in de Spaanse moslimsteden redelijk hun gang gaan. Ze mochten gewoon hun godsdienst belijden, als het maar niet te opvallend was.’’

De verhoudingen verschoven rond 1050. Noord-Spanje bestond uit verschillende koninkrijkjes waar christelijke vorsten de baas waren. Een van hen, Fernando, zag het als zijn missie om heel Spanje te kerstenen. Na zijn dood zette zijn zoon Alfonso dat werk voort en veroverde op een gegeven moment de stad Toledo. Hij moest echter eerst nieuwe soldaten ronselen voor hij orde op zaken kon stellen. ,,Hij vertrok dus en liet de stad achter in handen van zijn vrouw Constanza. Dat was een bijzonder eigenzinnige dame. Zij kreeg het idee om van de moskee een kerk te maken. Daarmee verstoorde ze natuurlijk de goede verhoudingen in de stad, maar dat kon haar niets schelen. Op die gebeurtenissen heb ik mijn boek gebaseerd.’’

Relletjes

Kolster schetst een beeld van Toledo, waar christenen en joden tevreden leven onder islamitisch gezag. Totdat de christelijke koning Alfonso VI het stadje verovert en de onzekerheid toeslaat. Een monnik wordt vermoord, een relikwie gestolen, een moskee ingepikt. De moslims voelen zich bedreigd. Er ontstaan relletjes en burgers vluchten de stad uit. In zijn verhaal introduceert Kolster allerlei kleurrijke (verzonnen en echte) personages uit verschillende groeperingen die elkaar in de haren vliegen.

De afloop is bekend: het is over met de tolerantie tussen joden, christenen en moslims. ,,De christenen worden op een gegeven moment de baas en die tonen zich een stuk onverdraagzamer. Met de katholieke Spaanse koningen kon je niet spotten.’’

Wat Kolster boeit is de parallel met de tegenwoordige tijd. ,,De huidige intolerantie van IS. Ik ben geen arabist, maar als ik kijk naar de manier waarop verschillende religies in de elfde eeuw goed met elkaar door een deur konden, vraag ik me af waarom het nu zo hard en onverdraagzaam moet zijn. IS beweert de authentieke islam te prediken. Nou, de moslims in de elfde eeuw in Spanje dachten daar heel anders over. En die baseerden zich ook op de Koran.’’

Monnikenwerk

Waarom dit boek? ,,Noem het een uit de hand gelopen fascinatie. Ik had nog nooit eerder een boek geschreven en wilde het wel eens proberen.’’ Het bleek een monnikenwerk. ,,Soms was ik heel tevreden over een stuk tekst. Maar als ik dat dan een paar dagen later teruglas, viel het me enorm tegen.’’

Kolster is heel benieuwd naar de reacties op het boek. ,,Ik was bang dat het te veel een feitelijk historisch relaas zou zijn. Verschillende mensen hebben het manuscript gelezen. Die vonden het reuze meevallen. Een van de leukste reacties kwam van iemand die het manuscript had gelezen en daarna in Spanje was geweest. Hij zei dat hij nu veel meer had begrepen van de Spaanse cultuur. Dat vond ik een mooi compliment.’’